Login

To work or not to work?


senior-at-work Het brugpensioen, dat recent werd omgedoopt tot “stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag” (afgekort SWT), is de regeling op grond waarvan werknemers ouder dan 60 jaar (of 58 jaar, of zelfs jonger) die ontslagen worden, naast een gunstig werkloosheidsstatuut, een brugpensioenvergoeding genieten ten laste van de werkgever die hen ontslaat.


De “werkloze met bedrijfstoeslag” (vroeger “bruggepensioneerde” genoemd) ontvangt maandelijks en tot de wettelijke pensioenleeftijd (nu 65 jaar) een vergoeding van de werkgever die hem heeft ontslagen. Het bedrag van die vergoeding wordt bepaald door nationale cao nr. 17. Dat bedrag kan worden verhoogd op grond van een sector- of ondernemings-cao, of zelfs van een individuele overeenkomst.

 

 

De werkloze met bedrijfstoeslag mag het werk hervatten

Toen het brugpensioenstelsel werd ingevoerd in de jaren 70, werd het als een soort wachtkamer van het wettelijke rustpensioen opgevat. De “bruggepensioneerden” kregen een gunstig werkloosheidsstatuut en een vergoeding ten laste van hun laatste werkgever in afwachting van dat wettelijke rustpensioen. Men dacht toen dat de “bruggepensioneerde” zo een arbeidsplaats vrijmaakte voor een jongere. Er waren dus geen voorzieningen om hem aan te moedigen of zelfs toe te laten opnieuw op de arbeidsmarkt te komen.

 

Sinds het generatiepact (2007) is er een radicale verandering opgetreden. De logica werd omgedraaid. Voortaan is men ervan overtuigd dat de “werklozen met bedrijfstoeslag” moeten worden aangemoedigd om opnieuw aan het werk te gaan. Als ze dit doen, kan de staat besparen op werkloosheidsuitkeringen en sociale bijdragen innen op de nieuwe inkomsten van de betrokkene.

 

Artikel 4bis van nationale cao nr. 17 betreffende het “brugpensioen” bepaalt voortaan dus uitdrukkelijk dat de werkloze met bedrijfstoeslag die het werk hervat, de vergoeding ten laste van zijn laatste werkgever blijft genieten, ook al verliest hij (logischerwijze) het recht op werkloosheidsuitkeringen.

 

 

Welke werkhervattingen zijn mogelijk?

Artikel 4bis van cao nr. 17 laat de werkloze met bedrijfstoeslag toe het recht op de bedrijfstoeslag ten laste van de laatste werkgever te behouden als hij het werk hervat:

  • als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hem heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hem heeft ontslagen;
  • als zelfstandige in hoofdberoep voor een andere (natuurlijke of rechts-)persoon dan de werkgever die hem heeft ontslagen of een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als die werkgever.

 

Als de werkloze met bedrijfstoeslag opnieuw aan het werk gaat in een deeltijdse bezoldigde betrekking, zal hij ook het recht op de bedrijfstoeslag behouden, maar zijn werkloosheidsuitkeringen zullen in principe worden herzien (hij zal het behoud van rechten vragen met of zonder inkomensgarantie).

 

Tot slot moet worden benadrukt dat het mogelijk is dat de werkloze met bedrijfstoeslag het werk “hervat” vooraleer hij werkloosheidsuitkeringen heeft ontvangen, bijvoorbeeld wanneer hij werk vindt tijdens de periode die gedekt wordt door de opzegvergoeding van zijn laatste werkgever. In dat geval zal hij de vergoeding ten laste van de werkgever die hem heeft ontslagen, beginnen te ontvangen vanaf de datum waarop hij werkloosheidsuitkeringen zou hebben kunnen genieten.

 

 

Wat als hij zijn nieuwe activiteit stopzet?

Als de werkgever met bedrijfstoeslag wordt ontslagen op zijn nieuwe werk, moet enkel de eerste werkgever (bij wie het SWT “in werking werd gezet”) de maandelijkse bedrijfstoeslag blijven betalen. De tweede werkgever moet op dat vlak niets betalen. Dat zou moeten vermijden dat werkgevers aarzelen om eindeloopbaan-werknemers die mogelijk in aanmerking komen om in geval van ontslag toe te treden tot het SWT, aan te werven.

 

Als de begunstigde van het stelsel zijn nieuwe baan verliest omdat hij ontslag neemt of ontslagen wordt om dringende reden, is de situatie minder duidelijk. Artikel 4bis van cao nr. 17 bepaalt dat de betaling van de vergoedingen ten laste van de vorige werkgever slechts wordt voortgezet voor zover de werkloze met bedrijfstoeslag het werk hervat heeft of recht heeft op werkloosheidsuitkeringen. Als hij geen werk heeft en geen recht op werkloosheidsuitkeringen (omdat hij zelf ontslag nam of ontslagen werd om dringende reden), zou hij dus logischerwijze het recht op de bedrijfstoeslag verliezen tot het moment waarop hij zijn recht op werkloosheidsuitkeringen terugkrijgt.

 

Tot slot krijgt de werkloze met bedrijfstoeslag die een zelfstandige activiteit was begonnen en die daarna beslist die activiteit stop te zetten, onmiddellijk het recht op zijn werkloosheidsuitkeringen terug, ongeacht de duur van zijn zelfstandige activiteit. De bedrijfstoeslag ten laste van de laatste werkgever blijft dus verschuldigd tijdens de zelfstandige activiteit en daarna, tot de leeftijd van 65 jaar.

 


   
 
Anne-Valérie Michaux en Erwin Crabeels

 Anne-Valerie-Michaux  Erwin-Crabeels 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advocaten arbeidsrelaties
 
Logo Crabeels-Michaux


1697 keer bekeken

Tags: werkloosheid met bedrijfstoeslag